Het verleden van het dorp
Voor zover bekend is de oudste vermelding van Callinge (de oorspronkelijke naam), één van de bezittingen van het klooster van Egmond, in 920 na Chr. Het betreft een oorkonde, die 150 of 200 jaar later werd aangevuld of herschreven.
1905 Dorpsplein (Links Het Raadhuis) 1920 Nieuwelaag Noord 1901 Dorpskoffiehuis (Dorpsplein) 1905 Dorpsplein
Het eerste Callinge lag circa 5 km. westelijk van het huidige dorp Callantsoog op een strandwal.
Bij de eerste Allerheiligevloed van 1170 zou het dorp weggevaagd zijn. De strandwal werd in diverse duineilanden opgedeeld, op één waarvan ('t Oghe) het tweede dorp Callinge kwam te liggen. De latere naam Callantsoog komt van Callinge op 't Oghe.
Heerlijkheden
Omstreeks 1214 omvatte Callinge hoeven en landerijen die eerder door graaf Dirk I aan het klooster van Egmond waren geschonken. Bijna 40 jaar later gaf graaf Wilem II Callinge in leen aan de belangrijke Hollandse leenman Willem van Brederode. Tot aan het eind van de 16e eeuw bleef het, met slechts enkele onderbrekingen, onder beheer van de Brederode's. In 1610 werd de heerlijkheid verkocht aan vier heren: de broers David en Johan Colteman, hun neef Albert de Veer en Philips Doublet, ieder een vierde deel.
1898 Zomerhuis Liesbeth en Dora 1914 Oude Laag (Dorpsplein) 1914 Nieuwelaag (Dorpsplein) 1918 Dorpsplein
Eiland af
Inmiddels was Callinge al niet meer op een eiland gelegen. Door de Zijperdijk (1552) werd het immers verbonden met het vaste land bij Petten (Pethem bi der Zipe). In 1610 verbonden de Van Oldenbarneveltsedijk het voormalige eiland met het ten noorden gelegen duineiland Huisduinen.
Sedert 1200 was men rondom 't Oghe al met aandijking in de weer. De eerste betrof de tegenwoordige Zandpolder ten noorden, voor 1328. Begin 16e eeuw ontstond binnen die Zandpolder door de drooglegging van een wiel de Boskerpolder. En in 1536 werd de Jewel, ten noordoosten van 't Oghe, bedijkt. Dit alles vooral ook ter extra bescherming van het eiland tegen de zee.
De Noord- en Zuid Schinkeldijk vormden de verbinding met de Zijper zeedijk. De tussen deze dijken gelegen grond werd hierbij ingepolderd en vormde zo de Uitlandsche polder. Alle genoemde polders tesamen vormden in 1612 de Polder Callantsoog, die 773 ha. omvat.
In de 15e en 16e eeuw stonden er in Callinge 150 tot 220 schamele behuizingen; men leefde er van (kust)vaarderij op haring, schol, schelvis en kabeljauw, alsmede van kleinschalige landbouw, vooral veeteelt, op de arme zandgronden.
1918 De Buurt (Dorpsplein) 1920 Raadhuis 1923 Eerste strandtent 1920 Toegangsweg
Het derde dorp
De tweede Allerheiligenvloed van 1570 maakte een einde aan het tweede dorp Callinge. Kort erna begon men met de bouw van het derde dorp, de kern van het huidige dorp. In de rond die tijd gebouwde kerk van Callantsoog hangt een groot wandbord uit 1741 met een berijmde jaartallen-overzicht.
Duinvorming
Door de 16e en 17e eeuwse bedijking kon duinvorming optreden. Tussen de meest westelijke buitenduinen en het middenduin ontstond een vallei, het Zwanenwater geheten. Deze vallei bevatte een groot duinmeer, dat na 1868 door instuiving in tweeën werd gesplits. De twee meren zijn tesamen 60 ha. en daarmee de grootste duinmeren van Nederland. De duinen in het 573 ha. grote Zwanenwater heten de Zuiderduinen. Ten noorden van het dorp Callantsoog kwamen in de 18e eeuw langs de Van Oldenbarneveltsdijk ook duinen tot ontwikkeling: de Noorderduinen. De hoogste duintoppen vinden we bij Callantsoog, ze zijn 28 meter hoog.
Groote Keeten
Bij de aanleg van de Van Oldenbarneveltsdijk in 1610 werd een "bekwame keet" op de Helmdijk gezet die diende als onderkomen voor de dienstdoende raden. Deze keet was het begin van het buurtschap Groote Keeten. Het bestond van oudher uit enkele boerderijen en arbeidswoningen langs de Helmweg en de daaraan parallel lopende, maar door een duinregel gescheiden, Achterweg.
1926 Dorpsplein 1938 Het Strand 1950 Helmweg 1930 Panorama Callantsoog
Abbestede
De buurtschap Abbestede is niet meer dan een kleine nederzetting bestaande uit enkele boerderijen, gelegen in de Polder Callantsoog langs een deel van de voormalige Rechtendijk. In het verre verleden stonden er enkele boerderijen van de Abdij van Egmond. De naam Abbestede komt voort uit Abbe (=Abdij) en Stede (=boerderij of hoeve).
Oorlog
De heerlijkheid Callantsoog bleef op de oude voet tot 1798. Men leefde van visserij (onder meer walvisvaart op Groenland) en landbouw en veeteelt, vooral koeien en schapen. In 1799 lagen 10 tot 11 weken 700 dragonders met paarden in Callantsoog. De kerk werd als stal gebruikt en voorts waren er ook verwoestingen in het dorp als gevolg van het oorlogsgeweld. Het vee werd, zonder betaling, door de Engelsen (en Russen) in beslag genomen.
Inwonerstal
In 1806 telde Callantsoog nog maar 178 inwoners. Twee jaar later leefde er 58 huisgezinnen. Er was een onderwijzer en een vroedvrouw; voorts twee winkeliers, twee tappers, een voerman, een eendenkooi, 11 zeevarende, 20 dagloners en 17 boeren. Sommige lieden hadden een combinatie van inkomenstenbronnen. Zo waren er 26 mensen die in totaal 702 schapen hielden.
In 1818 werden in het ten noorden aan de Polder Callantsoog grenzende gebied "De (Heerlijkheids) Landen onder Callantsoog" (na 1909 Polder 't Hoekje) en de Polder Het Koegras (of Buitenveld) drooggelegd, ten tijde van en in samenhang met de aanleg van het Noordhollands kanaal. Het zuidelijk deel van de Polder Het Koegras werd onderdeel van Callantsoog.
Zelfstandig
Met de "heerlijkheid" was het in 1985 definitief gedaan, ook Callantsoog werd een gemeente, met een gekozen bestuur. Er woonden toen 519 mensen in deze gemeente. Het hoofddorp bestond toen uit niet veel meer dan "De Buurt" met circa 50 huizen en panden (het huidige Dorpsplein). Het was een open stuk duinterrein met aan weerszijden onder meer enkele stolpboerderijen en arbeidswoningen. Een grote brand in 1874 verwoestte de gehele oostzijde: 15 panden, waaronder de pastorie, het raadhuis, de herberg en het armenhuis, gingen in de vlammen op.
1899 Schoolstraat 1909 Karreloots 1918 De Kerk 1939 Dorpsweg
Badplaats
Het gemeenteverslag van 1880 vermeldt: "enkele wegen zijn inmiddels verhard, waardoor deze zeeplaats thans meer dan vroeger door elders wonende (wordt) bezocht en is door de kastelein J. Mooij een badkoets aangekocht waarmede gelegenheid wordt gegeven de Noordzee baden te gebruiken. In 1880 zijn daarmede 450 baden genomen".
Het begin van Callantsoog als badplaats was er. In 1889 verrees voor het dorp op het duin (de Zanddijk) de zogenaamde "badtent" (later badpaviljoen "Zeezicht"), maar het toerisme stelde weinig voor.
In 1914 opende Arie Baken, een kleine dorpstimmerman en aannemer, zijn hotel "Duinzicht" met 11 kamers. Hij had twee badkoetsjes gemaakt voor de baderij en vijf strandstoelen gekocht. Het jaar erop kwam er ook een VVV in Groote Keeten. Na 1920 kwam de vaart er wat in en bracht het verhuren aan badgasten welvaart in het in de 19e eeuw zo arme Callantsoog. De vooruitgang ging verder, want in 1923 kwam er elektriciteit en waren er busverbindingen met Schagen en Den Helder.
1940-1945
De tweede wereldoorlog vormde echter een hevige onderbreking. Bij het uitbreken ervan telde de gemeente 1108 inwoners. Op 11 augustus 1942 werd de blijvende ontruiming van het hele dorp Callantsoog gelast; dat moest binnen 10 dagen gebeuren. De inwoners en vele Helderse evacuees diende elders maar een onderkomen te zoeken. Voor die dorpsbewoners die onmisbaar waren voor de openbare diensten werden een aantal houten zomerwoningen (sinds 1936 hier en daar verschenen) verplaatst. De nieuwe nederzetting werd al snel "Hollywood" gedoopt in de volksmond.
In 1943 moest de hele kom van het dorp op last van de wehrmacht afgebroken worden ("Schutzfeld"). De burgemeester bemiddelde echter met succes en uiteindelijk werden niet meer dan 30 panden afgebroken. Maar op 22 mei 1943 velde een munitie-explosie zes panden (Hotel Duinzicht tot en met de manufacturenzaak van Kees van Eck). Volgens een ooggetuige was op de kerk geen dakpan meer te vinden en zaten er grote gaten in de houten toren. Op het kerkhof werden tal van grafstenen omvergeworpen en beschadigd.
1949 Dorpsweg 1949 Kerkplein 1957 Dorpsstraat-Abbestederweg 1962 Zeeweg naar Dorpsplein
Toerisme en uitbreiding
Eerst in 1953 was de wederopbouw zo goed als voltooid. Het toerisme bereikte in 1950 al weer het vooroorlogse peil van 12.000 overnachtingen. In 1968 was dat al opgelopen tot 334.000.
Ook Groote Keeten breidde zich wat uit na 1850. Er vonden enige verdichting van de bebouwing plaats met onder meer een groot winkel/woonhuis/cafépand (1909), melkfabriek "De Onderneming" (1910) en een smederij (1911), alle langs de Helmweg aangelegd. In 1945 ging het toerisme er een grote rol spelen, in verband met de zeer gunstige ligging bij een strandopgang.
Per 1 januari 1991 werd Callantsoog het onderdeel van de gemeente Zijpe en telt per 2005 ca. 2600 inwoners.
Bron: Wat een pracht; Monument en Bezienswaardigheden in de Gemeente Zijpe. Auteur L.F. van Loon
Foto's uit het archief van Jacob Vos Pz., Lidy Leguit, Jannie Vriesman, Rens Roos, Dick Bregman, Sita Schenk René Vos en andere.