Het Zwanenwater
Het Zwanenwater vormt met zijn vochtige duinvalleien en duinmeren een uniek natuurgebied. Dankzij de ondiepe zoet waterplassen is het gebied aantrekkelijk voor lepelaar, dodaars en zomertaling. Vanuit de drijvende vogelkijkhut op een van de meren zijn het hele jaar veel watervogels te zien.
Het strand, de duinen en de duinvallei van het Zwanenwater zijn eind 16e eeuw ontstaan toen aan de oostzijde de Zijperzeedijk werd aangelegd. Op die manier werd de voormalige zeearm de Zijpe ingepolderd. Aan de zeezijde van de dijk ontstond door stuifzand een dubbele rij duinen met daartussen een duinvallei: het huidige Zwanenwater.
De naam herinnert aan de 17e eeuw toen hier zwanen werden gefokt. Zwanen komen nu nog maar zelden voor in het gebied. Wel verblijven er zo'n 100 andere vogelsoorten. In de natte rietlanden rond de meren broeden kiekendief, blauwborst en rietzanger. Bergeend en tapuit zijn broedvogels van de duinen. De ondiepe plassen trekken 's winters veel smienten, pijlstaarten, zaagbekken, ganzen en roerdompen.
De vegetatie in het Zwanenwater is erg gevarieerd. Er groeien zo'n 450 soorten. De kalkarme duinen zijn geschikt voor dop-, struik- en kraaiheide. In de vochtige duinvalleien groeien parnassia, waterdrieblad en verschillende orchideeënsoorten.
Het Zwanenwater dreigde te verdrogen door wegzuiging van water naar het omliggende bollenland. Daarom is in het noordoosten in voormalig landbouwgebied een bufferzone gecreëerd. Om het Zwanenwater te verbinden met omliggende natuurgebieden zijn onder de Zuidschinkeldijk faunapassages aangelegd. Het gebied is 604 hactare groot.
Bron: Natuurmonumenten.